Je helemaal overgeven aan de magie van het moment, niets anders doen dan te ondergaan. Dat is iets waar ik eigenlijk altijd moeite mee heb. Altijd is er weer dat beredeneren, dat scepsisme, het hoe en waarom. Best wel zielig op mijn leeftijd, maar goed, ik heb mezelf nu eenmaal niet gemaakt. Vandaar dat ik geen uitdaging uit de weg ga om geconfronteerd te worden met dat deel van mezelf.
Dit is voor mij de diepste essentie van dat, waar ik me gisteren opnieuw in heb gestort op Bordeblanque, binnen het dagprogramma 'haptonomie, dans en klank'. Nu had ik al eerder deelgenomen aan dergelijke esotherische programma's, maar elke keer is er toch weer een boel nieuwigs. Alles staat zo'n beetje in het teken van jezelf vrijmaken of accepteren binnen de wereld die je deelt met je medemens. Aan welk onderdeel bepaalde - voor mij opvallende - 'spelletjes' werden toegevoegd doet er even niet toe, want waar ik naar toe wil is de beschrijving van de beleving.
Het ogenspel.
Opdracht in drie delen. Meer dat twintig mensen moeten door de ruimte lopen en terwijl je even stilstaat ieder die je ontmoet diep ion de ogen kijken. Op zich al bijzonder, want stil en willekeurig, zonder enige reden in iemands ogen kijken doet een mens niet vaak. Dus serieus blijven en niet giechelen ofzo. Bij de volgende opdracht doe je hetzelfde, maar zeg je erbij: ik zie je! Daarna komt er bij dat je je hand op iemands schouder legt terwijl je hem/haar in de ogen kijkt, maar dan zeg je: ik zie je en ik voel je...
Heel apart, eigenlijk een beetje genant om zo maar wildvreemde mensen zo diep in de ogen te kijken zonder enige reden. Ik zag meer dan mooie ogen, (alle ogen waren opvallend mooi), ik zag en voelde interesse, nieuwsgierigheid, maar vooral openheid. Men opende zijn ziel voor mij... Later vroeg ik me af of ik dat ook bij de anderen had gedaan, ik weet het zelf niet.
De rupsdans.
Een kring van handen in elkaar, met ruim 20 mensen dus een grote kring. Om te wennen wat volksdansjes met een simpel pas-patroon. En dan gebeurt er iets, terwijl je het totaal niet verwacht. We moesten een kring maken met de rechterhand op de schouder van je voorganger en de linker voorom de buik/maag en dan zo dicht mogelijk tegen elkaar aan, hetgeen niet makkelijk is in een kring waarin bewogen wordt. Want dat was de bedoeling, om zo in een korte, slepende tred voorwaarts, tegelijkertijd allemaal dezelfde voet naar buiten te zetten, in een soort wiegende opgerolde rupsdans. Natuurlijk was er mooie aangepaste muziek bij, zoals bij elke dans. En zo, na een poosje ongeregeldheden, gebeurde er iets. Een ieder werd meegesleept, opgenomen in het ritme en de beweging. Het was net alsof we één grote rups waren, geen onderdeeltjes meer, maar vloeiend in en uit elkaar zwevende partikeltjes van één soort... veel te kort voelde het hemels, ver weg van je lichaam, een en al mooie, stille, maar toch - verukking! Stel je achter de oogleden een mistig landschap voor, waar bijna onhoorbaar een harp en een doedelzak hun tonen vermengen in een buitenaards ritme... bijna niet van deze wereld.
Opgenomen en meegesleept
En dan, in een pauzemoment, zie ik de mooie, lange donkere vrouw uit ons midden haar altaartje opbouwen. Allemaal schalen en schaaltjes en belletjes, van kristal en koper, zie ik vaag opgesteld op de rieten mat met een mooi kleed erover. Het is heel schemerig en de rook filtert het beeld; wij liggen in een halve maan op onze matrasjes om haar heen gestraald. Ik ga weer zitten, want ik wil zien wat er gebeurt. Ze zit - met het grootste gemak - in de lotushouding en steekt een wierookje aan waarmee ze langs de randen van de schalen strijkt en de rook er even in laat walmen. Haar handelingen zijn rustig en zeker, geen vertoon van aandachttrekkerij. Ook de belletjes krijgen de behandeling, en misschien nog meer, maar ik begin me al zo relaxt te voelen dat ik ook neerstrijk op mijn matje. Van daaruit begint ze te vertellen wat ze doet, terwijl een zacht-glanzend geluid haar stem begeleid. Ik lig daar en onderga. Mijn oren zijn mijn hoofd, mijn hart, mijn geest, ik doe geen moeite om te begrijpen en luister naar het monotone gezang van de schaal.
Heftig
Ik kom adem tekort. Er welt een diep zucht op vanuit een onzichtbare bron die zich een weg baant naar boven, om tussen mijn lippen in het niet te verdwijnen. Het lijkt alsof die zucht weet, en ruimte maakt voor wat er onmiddellijk daarna gebeurt. De zware, gonzende kristaltoon die aldoor de stem begeleidde zwelt aan. En aan... en aan... en nog dieper,resonerend, nog overheersender, allesoverheersend, mijn denken, mijn aanwezigheid daar, alles wordt omhoog getild, tot ik meezing, meegons, meegedragen wordt op het geweld van de klanken. Ik realiseer me iets geweldigs, iets onnoembaars, dat me overkomt.
Als de klank wegebt kan ik wel huilen, ik wil méér! Niet ophouden alsjeblieft...
Lieflijke klanken vervangen het oergeweld dat ik net had ondergaan, het stelt me weer gerust en sereen. Ik fladder mee op de stem, de woorden, de lieflijkheid van alles om me heen enbrealiseer me dat ik wacht. Ik wacht als een verslaafde op die oertoon, die oerklank die me zo vlinderlicht heeft opgenomen naar een wereld waar alles goed was, gaaf was, heftig was... en toch sereen en eensluidend. Ik wilde opnieuw door het heelal geslingerd worden en zocht in alle komende tonen een aanwijzing waar het allemaal begon.
En zo moet ik daar op mijn matje hebben gelegen, toegedekt met een dun dekentje. Tijdloos. Aanwezigheid. En toch geen aanwezigheid. Wachten. Ja, wachten, verlangen naar het weer opgenomen worden! Ik realiseerde me vaag dat dit verslavingsgevoelens zijn.
Soezen. Tere klanken vermengen zich met diepere, er ontstaat een koor, een opera aan klanken... Ik doe mee in mijn hoofd, heb het gevoel dat ik meewieg, maar ik lig doodstil. De klanken zwellen, en zwellen aan, teer en toch zo vol aanwezig. Ik weet het niet meer, kan niet uitleggen hoe dat klonk. Er gebeurt van alles bij me van binnen, mijn hart huilt en mijn geest juicht... wat is dit?! Er stromen tranen uit mijn ooghoeken, onbedwingbaar, en ik lig daar, haast levenloos, te ondergaan. Naakt ben ik, ontdaan van alle beschaving, van alle aangeleerde troep... dit, zó, ben ik eigenlijk, kwetsbaar en zo sterk tegelijk voel ik me.
De schalen vullen de totale immense ruimte van de balzaal en swingen met mijn geest; en ik zweef mee op de diversiteit aan invloeden en tonen. Hemels! Hemels! Er is geen ander woord voor mijn gevoel, of het moet 'goddelijk' zijn. Voor het eerst van alle onrust, pijn en zorg ontdaan. Ja, ik zweef - ik zwééf!
Hoera! Ik kan zweven....
Epiloog
Stel, je wordt in staat gesteld te mogen kiezen tussen kritisch alles volgen of het avontuur aan te gaan met jezelf. Je bent totaal vrij namelijk, en de sfeer waarin je zult belanden is volledig betrouwbaar. Deze keer koos ik bewust voor het laatste, ik voelde dat ik het nu kon, ik besloot ik me totaal over te geven en mijn dagdromelijke avonturen een kans te geven. En dat is gelukt!